Schoolveiligheidsplan en pestprotocol

Het schoolveiligheidsplan

 

Inleiding

 

De veiligheid van alle mensen die onze school bezoeken of er werkzaam zijn, is een groot goed. Om die veiligheid te garanderen wordt voldaan aan wettelijke richtlijnen in het kader van Arbobeleid, verzuimbeleid, risico-inventarisatie, personeelsbeleid etc. Daarnaast vinden wij het belangrijk dat voor de school duidelijk is hoe te handelen in geval van onveilige situaties. Daartoe is dit veiligheidsplan opgesteld voor ICBS De Trimaran.

 

1.     Visie op veiligheid

 

We vinden het belangrijk dat de kinderen op onze school zich in een veilige omgeving kunnen ontwikkelen. Ook voor medewerkers van onze school, ouders en bezoekers moet de school een veilige omgeving zijn.

Allerlei zaken spelen mee bij het begrip ‘veiligheid’. Denk aan de veiligheid van het gebouw aan de binnen- en buitenkant, maar ook van het gebruik van allerlei zaken in en rondom het gebouw. Ook moeten kinderen veilig kunnen spelen en werken, lichamelijk en geestelijk. Ouders moeten er op kunnen vertrouwen dat wij er alles aan doen om ongelukken te voorkomen en indien er zich ongelukjes voordoen wij hier adequaat op inspelen.

Daarnaast spreken we over veiligheid en het pedagogisch klimaat. Veiligheid speelt een belangrijke rol bij het pedagogisch klimaat. Immers, veiligheid is een belangrijke voorwaarde om goed te kunnen functioneren op school en om zich goed te kunnen ontwikkelen.

 

De visie op veiligheid is het uitgangspunt voor dit beleidsstuk. In de visie gaat het om de volgende vier aspecten:

 

1. Sociale veiligheid is noodzakelijk zodat leerlingen zich optimaal kunnen ontwikkelen;

2. Sociale veiligheid is een onderdeel van de pedagogische taak van de school, en betekent het

geven van positieve aandacht aan elke leerling, en het tijdig en gepast ingrijpen bij

grensoverschrijdend gedrag;

3. Sociale veiligheid wordt bewerkstelligd door het juiste gedrag van personeel, leerlingen en

ouders; de school geeft normen en regels voor dat gedrag en is beschreven in de Gedragscode.

4. Sociale veiligheid wordt in stand gehouden door een juiste balans tussen het voorkomen van

onveiligheid (preventief aspect) en het adequaat corrigeren van gedrag dat onveiligheid

teweegbrengt.

 

Voor een deel is de visie wettelijk of Cao-regelgeving bepaald (fysieke veiligheid, arbo-aspecten).

Dit beleidsstuk is opgebouwd uit meerdere onderdelen:

-          Coördinatie veiligheid (organisatie en schoolgebouw)

-          Sociale veiligheid (PBS en pestprotocol)

 

2. Coördinatie veiligheid

2.1 Schoolleiding

De schoolleiding heeft de plicht zaken op het terrein van sociale en fysieke veiligheid van personeelsleden en leerlingen goed te organiseren en zorgvuldig in te bedden in de school. De schoolleiding legt de praktische uitvoering van de Arbowet en het Arbo-besluit meestal in handen van een Arbo-coördinator, die weer gesteund wordt door een werkgroep of commissie.

 

De medezeggenschapsraad (MR) van de school oefent controle uit op de uitvoering van het Arbo-jaarplan en is in alle voorkomende gevallen bevoegd de Arbeidsinspectie en andere deskundigen hierbij in te schakelen. Omgekeerd wordt de medezeggenschapsraad bij Arbo-zaken altijd door de Arbeidsinspectie (en door de werkgever) rechtstreeks ingeschakeld en geïnformeerd.

 

De voorzitter van de medezeggenschapsraad is:

naam:                                          A. van Brakel

telefoonnummer:                           0223-613191

 

2.2 Preventiemedewerker

Sinds het invoeren van de wetgeving omtrent Arbozorg is de werkgever verplicht minstens één werknemer aan te wijzen voor de taak van preventiemedewerker. De taken van de preventiemedewerker zijn als volgt:

-          Toezien op de dagelijkse veiligheid en gezondheid binnen de school of locatie;

-          Collega’s bijstaan in het voorkomen van bedrijfsongevallen en ziekteverzuim;

-          Het onderhouden van de contacten met de uitvoerder van de Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E);

-          Het opstellen van een bedrijfsnoodplan en het onder de aandacht brengen van bovengenoemde zaken;

-          Het geven van voorlichting over veiligheid en het doen van voorstellen aan de schoolleiding of bestuur.

Daarnaast is de preventiemedewerker vraagbaak voor allerlei zaken die te maken hebben met veiligheid, gezondheid en welzijn.

De preventiemedewerker dient op de hoogte te zijn van wet- en regelgeving en in staat te zijn die te vertalen naar de schoolsituatie. Een belangrijke taak is ook de schoolleider of het bestuur te adviseren en de medewerkers te motiveren zich binnen de kaders van het gestelde beleid te begeven.

De wetgeving schrijft voor dat de kennis van de preventiemedewerker is afgestemd op de risico’s van de organisatie of de school. Uit de RI&E zal duidelijk blijken welke deskundigheid de preventiemedewerker moet hebben. Derhalve beschikt de school over een actuele RI&E om te tonen dat de preventiemedewerker is toegerust voor de taak. (zie bijlage 1)

Een preventiemedewerker ondersteunt de werkgever bij de zorg voor de dagelijkse sociale veiligheid (ook fysieke) en gezondheid en heeft kennis van de arbeidsrisico’s van de organisatie en de te nemen preventieve maatregelen, zoals maatregelen ter verbetering van de ergonomie, zodat goede arbeidsomstandigheden gewaarborgd zijn. Indien die kennis niet voldoende bij de preventiemedewerker aanwezig is, dan kan deze kennis opgevraagd worden bij het bestuur.

De preventiemedewerker moet een deskundige werknemer zijn en is dus iemand binnen de organisatie. Tenzij dit niet (met zwaarwegende motivering) mogelijk is, mag de bijstand worden verleend door deskundige werknemers samen met externe deskundige personen. Pas indien dit ook niet mogelijk is, mag een externe deskundige worden ingeschakeld. In sommige gevallen kiest de stichting ervoor om externe kennis in te kopen.

 

2.3 Bedrijfshulpverlening (BHV)

De school heeft een aantal goed opgeleide BHV-ers, die jaarlijks worden bijgeschoold. De BHV bestaat uit verschillende aspecten: ELH (eerste levensreddende handelingen), EHBO en ontruiming bij verschillende calamiteiten. Deze aspecten worden ieder jaar getraind.

Alle beginnende BHV-ers krijgen in het eerste jaar een basistraining, waarna zij elk jaar op herhaling gaan. Artikel 2.22 van het Arbo-besluit vereist deelname van bedrijfshulpverleners aan georganiseerde herhalingscursussen, oefeningen of andere activiteiten. Deze herhalingsactiviteiten dienen van zodanige inhoud te zijn en frequentie te hebben dat de kennis en vaardigheden van de bedrijfshulpverleners op het voor een bedrijfshulpverlening vereiste niveau zijn.

Het aantal verplichte BHV-ers hangt af van het aantal werknemers (dus ook leerlingen) in het gebouw. De schoolleider van de school is verantwoordelijk voor het aantal BHV-ers dat in de school aanwezig is. De richtlijn die het bestuur aangeeft is dat zij ervan uit moeten gaan dat er op iedere verdieping een BHV-er aanwezig moet zijn. Elk jaar wordt er minsten één ontruimingsoefening gedaan. Bij voorkeur wordt er echter twee maal per jaar ontruimd: één maal aangekondigd en één maal onaangekondigd.

  

2.4 Schoolgebouw en omgeving

Als belangrijkste hulpmiddel voor de veiligheid rond het schoolgebouw en de omgeving wordt gebruik gemaakt van de Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E). waarbij jaarlijks met behulp van een plan van aanpak waar nodig bijstelling plaatsvindt.

 

2.5 Uitleg

De Arbowet vraagt van de werkgever een beleidsmatige aanpak van arbo- en verzuimbeleid. Om dit aan te kunnen tonen moet de school een aantal verplichte activiteiten uitvoeren. Daartoe behoren het formuleren van een Arbo-beleidsplan, de uitvoering van een RI&E, het opstellen van ene plan van aanpak, het maken van een voortgangsrapportage en een ongevallenregistratie.

 

2.6 Het arbobeleidsplan

Het arbobeleidsplan van de stichting is op te vragen via de website van de stichting of bij afdeling P&O. alle noodzakelijke protocollen zijn daarin opgenomen.

 

3. Veiligheid en pedagogisch klimaat

3.1 Onze huidige situatie op het gebied van schoolveiligheid

 

Als onderdeel van de Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) voert onze school een inventarisatie en evaluatie uit van de gevaren en risico’s op het gebied van fysieke en sociale veiligheid. Deze risico-inventarisatie en –evaluatie passen we zo vaak aan als nodig is, doch minimaal één maal in de vier jaar.

Op basis van de uitkomsten van de RI&E en de leerling- en ouderenquete van 2017-2018 blijkt de veiligheidsbeleving van kinderen, ouders en medewerkers in orde. Ook heeft de inspectie dit onderdeel met een voldoende beoordeeld tijdens het bezoek op 29 juni 2017. 

Middels Kanjertraining besteden wij op een structurele wijze aandacht aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen. 

 

3.1 Kanjertraining

Kanjertraining is een sociaal-emotionele ontwikkelingsmethode die waardevol is voor de individuele kinderen, de groepsvorming en het pedagogisch klimaat. De kanjerlessen gaan uit van de positieve eigenheid van het kind, dat het verlangen heeft om het goed te doen. De Kanjertraining heeft een positieve invloed op het omgaan met conflicten en het voorkomen van pestgedrag.

 

3.2 Bewezen effectief

De anti-pestmethode Kanjertraining is bewezen effectief. Het Nederlands Jeugd Instituut - het landelijk kennisinstituut voor jeugd- en opvoedingsvraagstukken – trekt deze conclusie na analyse van wetenschappelijk onderzoek.

De de basis van het succes van de Kanjertraining ligt vooral in het feit dat bij de aanpak de hele klas betrokken is, evenals de ouders en de leerkrachten. “Pesten is een groepsproces dat zich niet beperkt tot het klaslokaal. Met de Kanjertraining kan de school het pesten bij de wortel aanpakken. Er is daarom een opleidingstraject voor leerkrachten; een klassikale aanpak waarbij veel aandacht is voor de meelopers; het stellen van duidelijke grenzen; en het actief betrekken van ouders.”

Uit onderzoek blijkt tevens dat er grote winst is te behalen wanneer op school een sfeer gecreëerd wordt waarin harmonie en respect centraal staan en pesten en ander agressief gedrag niet worden getolereerd. Goed denken over jezelf en de ander is een middel daartoe. De Kanjertraining blijkt effectief bij het verminderen en voorkomen van sociale problemen en het verhoogt het welbevinden van leerlingen. De Kanjertraining bereikt dit door de relatie tussen leerlingen en tussen leerkracht en leerlingen te verbeteren en agressie en gevoelens van depressiviteit te verminderen (Vliek & Orobio de Castro, 2010; Vliek, Overbeek, & Orobio de Castro - in review).
Een ander punt waarop de Kanjertraining zich onderscheidt is dat de trainingen worden aangeboden vanaf kleutertijd tot in het voortgezet onderwijs.

 

4. Pestprotocol

 

Pesten een belangrijk aandachtspunt. Voor pestproblemen zijn geen kant en klare oplossingen. Ieder geval van pesten heeft een andere oorzaak en heeft een eigen aanpak nodig. Eén ding staat voorop: pesten wordt niet getolereerd bij ons op school!

 

Als er sprake is van pestgedrag zijn er drie betrokkenen te noemen: degene die pest, degene die gepest wordt en degene die erbij staan. Wij vinden het op school belangrijk dat aan alle betrokkenen aandacht wordt besteed. Daarbij moet goed gekeken worden naar de oorzaak van het probleem. Er wordt zoveel mogelijk oplossingsgericht gesproken met de kinderen. Kinderen die gepest worden proberen we op school weerbaar te maken.

Soms gebeurt pesten buiten de school. Toch heeft de school er veel last van. Het ruziën en pesten gaat op school door. Schoolresultaten lijden eronder. Er ontstaat een onveilig klimaat. Kinderen kunnen minder goed leren. Pesten heeft effect op het schoolklimaat.

 

4.1 Wat is pesten

Er is een verschil tussen plagen en pesten. Daarnaast is er een verschil tussen traditioneel pesten en cyberpesten.

 

Wat is plagen?

Bij plagen is er sprake van incidenten. Plagen gebeurt vaak spontaan, het duurt niet lang en is onregelmatig. Bij plagen zijn de kinderen gelijkwaardig aan elkaar; er is geen machtsverhouding.

De rollen liggen niet vast: de ene keer plaagt de één, de andere keer plaagt de ander. Plagen gebeurt zonder kwade bijbedoelingen en is daarom vaak leuk, plezierig en grappig.

Bij plagen loopt de geplaagde geen blijvende psychische en/of fysieke schade op en is in staat zich te verweren.

 

Wat is pesten?

'Iemand wordt getreiterd of is het mikpunt van pesterijen als hij of zij herhaaldelijk en langdurig blootstaat aan negatieve handelingen verricht door één of meerdere personen' 

Bij pesten is het ene kind sterker en het andere kind zwakker. Het is steeds hetzelfde kind dat wint en hetzelfde kind dat verliest. Vaak gebeurt pesten niet één keer, maar is het gepeste kind steeds weer de klos. Het sterkere kind; de pester, heeft een grotere mond en anderen kijken tegen hem of haar op.

De pestkop heeft geen positieve bedoelingen; wil pijn doen, vernielen of kwetsen. Het gepeste kind voelt zich eenzaam en verdrietig, hij of zij is onzeker en bang.

 

Wat is cyberpesten

Cyberpesten  is pesten door middel van digitale middelen en sociale media. Men kan iemand op verschillende manieren gaan cyberpesten. Het gaat om kwetsende of bedreigende teksten bijvoorbeeld via chatprogramma's als MSN of Hyves. Men kan ook beledigende foto's, video's of persoonlijke gegevens van het slachtoffer op het internet of op sociaalnetwerksites plaatsen (cyberbaiting) zoals Facebook en Twitter. Dan is er sprake van cyberstalking, waarbij één of meerdere daders doelbewust een slachtoffer lastig blijft vallen en er kan op fora en vrij bewerkbare pagina’s, bijvoorbeeld Wikipedia, beledigende of bedreigende informatie geplaatst worden.

 

Kenmerken van cyberpesten:

• Cyberpesten gebeurt vaak anoniem. De daders voelen zich veilig, ongenaakbaar en onherkenbaar, waardoor ze weinig terughoudend zijn.

• Cyberpesten kan ernstiger zijn dan traditioneel pesten, omdat dader en slachtoffer niet in direct contact met elkaar staan, maar enkel via de computer verbonden zijn. Ook worden hierdoor grenzen verlegd en gaat de dader verder. De dader voelt zich niet geremd, waardoor meerdere mensen het te weten komen.

• Niet enkel fysiek of sociaal dominante personen doen aan cyberpesten. Door zijn kennis over het internet voelt de dader zich vaak machtiger dan het slachtoffer en denkt dan 'veilig achter de computer' te handelen.

• Het slachtoffer voelt zich onveiliger dan bij gewoon pesten want hij is nergens vrij; niet op het werk, school of thuis.

• De impact van cyberpesten kan groter zijn dan bij traditioneel pesten, want er zijn veel meer toeschouwers door het medium internet.

• Cyberpesten is niet terug te draaien – vaak blijven de gegevens op internet bestaan, zodat het slachtoffer er jaren nadien nog mee geconfronteerd kan worden.

 

4.2 Wat is de vijfsporenaanpak

De aanpak van de school is gericht op de verschillende partijen die betrokken zijn bij pesten: het gepeste kind, de pester, de klasgenoten de ouders, en de school.

 

Het kind dat gepest wordt

De school besteedt veel aandacht aan het kind dat gepest wordt. De school doet dat op de volgende wijze:

•             Naar het kind luisteren en zijn probleem serieus nemen.

•             Met het kind overleggen over mogelijke oplossingen.

•             Samen met het kind werken aan oplossingen.

•             Zo nodig zorgen dat het kind deskundige hulp krijgt, bijvoorbeeld een sociale vaardigheidstraining om weerbaar te worden.

•             Zorgen voor follow-up gesprekken.

•             Ouders informeren.

 

Het kind dat pest 

De school besteed veel aandacht aan de pester. De school doet hierbij veel meer dan het verbinden van consequenties aan het gedrag van deze leerling of groep leerlingen. Dat doet de school op de volgende wijze:

•             Met het kind bespreken wat pesten voor een ander betekent.

•             Het kind helpen om op een positieve manier relaties te onderhouden met andere kinderen.

•             Het kind helpen om zich aan regels en afspraken te houden.

•             Zorgen dat het kind zich veilig voelt; uitleggen wat jij als leerkracht gaat doen om het pesten te stoppen.

•             Stel grenzen en verbind daar consequenties aan.

•             Zorgen voor follow-up gesprekken.

•             Ouders informeren.

 

De middengroep (de rest van de groep) betrekken bij de oplossingen van het pestprobleem

De middengroep is een belangrijke groep bij het oplossen van een pestprobleem. Op school wordt er op deze wijze mee gewerkt:

•             Met de groep praten over pesten en over hun eigen rol daarbij.

•             Met de kinderen overleggen over mogelijke oplossingen en over wat ze zelf kunnen bijdragen aan die oplossingen.

•             Samen met de kinderen werken aan oplossingen, waarbij ze zelf een actieve rol spelen.

 

De ouders van het gepeste en van het pestende kind

De school vindt het belangrijk dat de school en de ouders samen werken aan het oplossen van een pestprobleem. De school doet dat op de volgende wijze:

•             Ouders die zich zorgen maken over pesten serieus nemen.

•             Ouders op de hoogte houden van pestsituaties.

•             Informatie en advies geven over pesten en de manieren waarop pesten kan worden aangepakt.

•             In samenwerking tussen school en ouders het pestprobleem aanpakken. Zowel op school als vanuit de thuissituatie.

•             Zo nodig ouders doorverwijzen naar deskundige ondersteuning.

 

De school verwacht van de ouders:

•             Ouders bespreken met hun kind lastige situaties.

•             Ouders benoemen hierbij het gedrag (en richt het niet op het kind zelf.)

•             Ouders beperken zich het tot het incident dat nu speelt.

•             Ouders stimuleren het vier-stappenplan, dat de weerbaarheid vergroot.

•             In en rond de school spreekt de leerkracht kinderen aan. We vragen ouders dit niet zelf te doen.

•             Ouders proberen conflicten die ontstaan zijn in de thuissituatie op te lossen voordat het kind naar school gaat.

 

De school (leerkrachten)

De leerlingen en de ouders kunnen het volgende van de school verwachten: 

•             De school zorgt dat de directie en de leerkrachten voldoende informatie hebben over pesten in het algemeen en het aanpakken van pesten in de eigen groep en de eigen school.

•             De school neemt stelling tegen het pesten.

•             De school brengt huidige situatie rond pestbeleid in kaart. Zij doen dit met behulp van de het instrument Kwaliteit in Kaart (schoolklimaat)

•             De leerkrachten zorgen ervoor dat de school een veilige plek is om te leren. Agressie wordt niet getolereerd. 

•             De school werkt aan een goed beleid rond pesten en veiligheid van leerlingen waar de hele school bij betrokken is. Zij houden het pestprotocol actueel.

•             Kinderen worden aangesproken op hun gedrag op school: positief gedrag wordt geprezen, kinderen worden aangesproken op negatief gedrag.

•             Conflicten worden uitgesproken met behulp van de zeven gouden regels, welke zichtbaar zijn in de groep.

•             De kinderen wordt geleerd conflicten te benaderen met het vier-stappen-plan.

•             Tijdens de lessen wordt aandacht besteed aan de sociale competenties van leerlingen door:

- Het gebruik van het leerling volgsysteem sociale ontwikkeling (Scol)

- De lessen levensbeschouwing

-  Lessen uit de project map ‘Kinderen en hun sociale talenten’

 

4.3 Hoe volgt de school de sociale emotionele ontwikkeling ?

Voor alle leerlingen wordt ieder najaar (okt) en ieder voorjaar (maart) een volgmodel sociaal emotionele ontwikkeling ingevuld. De school gebruikt hiervoor de het digitale programma Scol.

Vanaf groep 6 vullen de leerlingen een vragenlijst in over zichzelf. 

  

5. Hoe werkt het protocol schorsing en verwijdering?

 

Het protocol schorsing en verwijdering treedt in werking als er sprake is van ernstig ongewenst gedrag door een leerling, waarbij psychisch en / of lichamelijk letsel aan derden is toegebracht, of indien hiertoe een ernstige bedreiging ontstaat. Voordat het protocol schorsing en verwijdering van kracht gaat, zijn er reeds enkele stappen doorlopen:

- Bij ongewenst gedrag (Bijv. wanneer een leerling een medeleerling of leerkracht met opzet lichamelijk pijn doet), worden ouders hierover ingelicht. Er wordt door de leerkracht een brief aan de leerling mee gegeven waarin het voorval wordt genoemd. 

- Het kan voorkomen dat de leerling na het incident, wanneer de ouder(s) thuis is/zijn, voor een bepaalde periode naar huis gaat. Dit heeft als doel om, wanneer dit nodig is, de leerling goed tot rust te laten komen. Er kan ook voor gekozen worden om de leerling een bepaalde periode buiten de eigen klas te laten werken, zodat de rust en veiligheid in de groep kan herstellen. 

- Er volgt een gesprek tussen de ouders, leerkracht en directie. Doel van dit gesprek is om samen te kijken wat er aan de hand is en hoe alle partijen kunnen ondersteunen om herhaling van het ongewenst gedrag te voorkomen. 

- Wanneer er geen verandering in het gedrag van de leerling of een herhaling van het incident  plaatsvindt, volgt er een officiële waarschuwing voor het kind.

- Wanneer er na bovenstaande stap geen verandering in het gedrag van de leerling plaats vindt of het incident herhaalt zich, treedt het protocol schorsing en verwijdering in werking.

 

Er zijn in dat geval drie mogelijkheden:

•             Een time out

In geval van een time out wordt de leerling voor de rest van de dag de toegang tot de school

ontzegd.

•             Schorsing

Bij een volgend incident, of in een uitzonderlijk geval dat het voorgevallen incident zo ernstig is, kan worden overgegaan tot een formele schorsing. De schorsing bedraagt maximaal 3 weken en kan hooguit 2 maal worden verlengd.

•             Verwijdering

Bij het zich meermalen voordoen van een ernstig incident, dat ingrijpende gevolgen heeft voor de veiligheid en/of de onderwijskundige voortgang van de school, kan worden overgegaan tot verwijdering.

 

Wanneer het gedrag van de leerling dusdanig de grenzen van toelaatbaarheid overschrijdt, zal het protocol schorsing en verwijdering direct in werking treden.

 

                                                                                                        

6. Communicatie en voorlichting

 

6.1 Voorlichting

 

Voorlichting vormt voor onze school een belangrijk onderdeel van het veiligheidsbeleid. Hiervoor zijn twee redenen:

• het geven van voorlichting over ons sociaal veiligheidsbeleid is een wettelijke verplichting (artikel 8 Arbowet);

• door middel van voorlichting kunnen we meer draagvlak realiseren.

 

Het is daarbij belangrijk dat voorlichting niet uit eenrichtingsverkeer bestaat, waarbij het personeel alleen geïnformeerd wordt over het beleid. Ons veiligheidsbeleid is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van schoolleiding en personeel, het bevoegd gezag, de directie, het team, het onderwijsondersteunend personeel, de medezeggenschapsraad, de ouders, de leerlingen, de stagiaires, de hulpouders, enzovoorts. Wel zal het initiatief veelal liggen bij het bevoegd gezag en/of de directie.

 

In het kader van deze voorlichting wordt het personeel geïnformeerd over:

• de noodzaak en de achtergronden van ons veiligheidsbeleid;

• de bevindingen van de risico-inventarisatie en ander onderzoek naar de veiligheid op onze school;

• de manier waarop we het beleid voeren (willen, weten, wegen, werken, waken);

• alle consequenties van de meld- en aangifteplicht;

• de gedragsregels van de school;

• de functie van de interne functionarissen op het gebied van veiligheid.

 

Ook ouders en leerlingen worden bij de voorlichting betrokken. Dit doen we door een samenvatting van ons beleidsplan en de gedragsregels in de schoolgids op te nemen en op de website te plaatsen.

Binnen het team hebben we afgesproken dat onze afspraken op de eerste schooldag met de leerlingen worden besproken. En het is belangrijk dat hier regelmatig op wordt teruggekomen.

 

6.2 Contactpersoon en vertrouwenspersoon

Ons bestuur heeft minimaal één contactpersoon per school en een externe vertrouwenspersoon aangesteld. In de schoolgids staat wat hun namen en functies zijn en op welke manier ze zijn te bereiken. Contactpersonen zorgen voor de eerste opvang en verwijzen de klagers door naar de leidinggevende of de vertrouwenspersoon.

 

6.3 Klachten

 

Overal waar mensen samenwerken, kan iets fout lopen. Klachten kunnen in de meeste gevallen opgelost worden door ze op school te bespreken met de leerkracht of directie of de speciaal daarvoor aangewezen contactpersoon (algemene klachten) of vertrouwenscontactpersoon (klachten over machtsmisbruik).

 

Algemene klacht

Bij een klacht van algemene aard is de contactpersoon van de school de aangewezen functionaris voor de eerste opvang van leerlingen en/of ouders/verzorgers. De contactpersoon voor klachten van algemene aard op onze school is Saskia van Ovost.

 

Klacht machtsmisbruik

Bij klachten op het gebied van machtsmisbruik kunt u contact opnemen met de vertrouwenscontactpersoon van onze school. Van machtsmisbruik is sprake in geval van pesten, discriminatie, agressie, geweld, seksuele intimidatie en seksueel misbruik. Indien er intern geen oplossing wordt gevonden, verwijst de vertrouwenscontactpersoon u naar de externe vertrouwenspersoon en helpt eventueel het eerste contact te leggen.

 

Externe vertrouwenspersoon

De externe vertrouwenspersoon is er voor klachten van ouders/verzorgers en leerlingen tegen medewerkers van een school en voor klachten die ontstaan tussen leerlingen onderling. De externe vertrouwenspersoon is er niet voor klachten die in de thuissituatie spelen. Indien een medewerker van school advies en begeleiding nodig heeft, wordt verwezen naar de arbodienst van de school.

Indien u (ouder/verzorger, leerling of medewerker van een school) een klacht aangaande machtsmisbruik heeft, kunt u contact opnemen met de externe vertrouwenspersoon. In eerste instantie zal er altijd geprobeerd worden een oplossing te zoeken tussen ouders/verzorgers, leerlingen en school. Indien dit niet lukt, kan overwogen worden een klacht in te dienen bij de Klachtencommissie. De externe vertrouwenspersoon kan de kla(a)g(st)er eventueel begeleiden bij alle stappen.

 

De externe vertrouwenspersoon kunt u schriftelijk en per mail bereiken.

U kunt een brief sturen waarin u uw klacht vermeldt. Vergeet hierin a.u.b. niet uw telefoonnummer te vermelden.

 

Het adres is:

Secretariaat Klachtencommissie Onderwijs 

Drs. F. Bijlweg 3

1784 MC Den Helder

 

Het mailadres is:

klachtencommissieonderwijs@hotmail.com

 

Telefonisch is de klachtencommissie niet meer bereikbaar, u kunt wel uw telefoonnummer mailen met het verzoek om teruggebeld te worden.

 

6.4 Melding en registratie

5.4.1 Melding

Onze school is wettelijk verplicht om bepaalde ongevallen te melden aan de Arbeidsinspectie. Iedereen op onze school heeft de verantwoordelijkheid om aan de directie door te geven wanneer een ongeval heeft plaatsgevonden. Artikel 9, lid 1 van de Arbeidsomstandighedenwet luidt in dit kader als volgt:

De werkgever meldt arbeidsongevallen die leiden tot de dood, een blijvend letsel of een

ziekenhuisopname direct aan de daartoe aangewezen toezichthouder en rapporteert hierover

desgevraagd zo spoedig mogelijk schriftelijk aan deze toezichthouder.

De directie maakt hiervoor gebruik van het Ongevallenmeldingsformulier Arbeidsinspectie (zie bijlage).

 

6.4.2 Meldpunt

Er wordt door het bestuur een meldpunt ingericht voor personeel, leerlingen en ouders die incidenten willen melden. Het meldpunt is vrij toegankelijk en anonimiteit is gewaarborgd.

 

Ons bestuur maakt jaarlijks een overzicht van het aantal meldingen per school en locatie. Dit overzicht bevat algemene (dit wil zeggen: geen individuele) gegevens, die in de diverse overlegvormen (bestuursoverleg, directieoverleg, MR-overleg en teamoverleg) van de school worden besproken.

 

6.3.3 Registratie

De directie houdt een lijst bij van de gemelde arbeidsongevallen en van de arbeidsongevallen die hebben geleid tot een verzuim van meer dan drie werkdagen. De directie noteert ook de aard en datum van het ongeval (artikel 9 lid 2 Arbowet). Hierbij wordt gebruik gemaakt van het ongevallenregister (zie bijlage).

 

7. De Meld- en Aangifteplicht Zedenmisdrijf

Volgens artikel 4a WPO / WEC zijn we verplicht om een vermoeden van een zedenmisdrijf tegen een minderjarige leerling in de onderwijssituatie te melden bij ons bestuur, dat op zijn beurt met de vertrouwensinspecteur moet overleggen over aangifte bij politie/justitie.

 

Een school-opvangteam voor ernstige incidenten.

Voor ernstige incidenten is op iedere school een opvangteam samengesteld. De leden van het opvangteam en andere interne hulpverleners worden voor hun taken opgeleid (bijvoorbeeld door ‘Slachtofferhulp’) en zij krijgen de mogelijkheid om aan cursussen deel te nemen. Voor de opvang wordt een procedure opgesteld.

Indien een incident leidt tot ziekteverzuim, wordt gehandeld conform het algemeen geldende ziekteverzuimbeleid van onze onderwijsinstelling.

Ook bij minder ernstige incidenten is aandacht voor het slachtoffer (en eventueel de agressor) gewenst. De schoolleiding stimuleert (indien de betrokkene dit op prijs stelt) de betrokkenheid van leidinggevenden en collega’s bij de situatie. Telefoontjes, persoonlijke gesprekken en dergelijke worden aangemoedigd.

 

Tip:

Het Vervangingsfonds beschikt over een voorbeeld-ziekteverzuimbeleidsplan. Dit beleidsplan is gratis te downloaden vanaf de site www.vervangingsfonds.nl.

 

Onze leerlingbegeleider vormt een belangrijke schakel naar het maatschappelijk werk en naar het netwerk van schoolexterne voorzieningen, zoals het maatschappelijk werk, de leerplichtambtenaar, de jeugdzorg en de politie.

 

8. Evaluatie

 

Onze school evalueert het veiligheidsbeleid en de voortgang van het plan van aanpak regelmatig. Om een goede evaluatie mogelijk te maken, is het van belang dat bij aanvang de doelen duidelijk zijn. Daarom wordt bij het opstellen van het plan van aanpak duidelijk omschreven wat het probleem is en welk doel met de te ondernemen actie wordt nagestreefd.

Per actie wordt vastgesteld of de school de evaluatie zelf uitvoert dan wel uitbesteed. Dit is natuurlijk is mede afhankelijk van de aard en ernst van de problemen.

 

Jaarlijks wordt vastgesteld of de risico-inventarisatie en –evaluatie nog actueel is. Zo nodig wordt deze opnieuw uitgevoerd.

 

Om een adequaat beleid te voeren op het gebied van agressie, geweld en dergelijke overlegt de werkgroep regelmatig over dit onderwerp.

 

Daarnaast is veiligheid een verantwoordelijkheid van het totale team. Het reguliere teamoverleg is een goede gelegenheid om het beleid met betrekking tot agressie, geweld en dergelijke geregeld (elk kwartaal) aan de orde te laten komen.

In dit overleg worden de meldingsformulieren van de afgelopen periode besproken, komen ervaringen met agressie, geweld en dergelijke aan bod en de manier waarop is gereageerd. Ook bekijkt het teamoverleg of het gevoerde beleid en/of het gebruikte materiaal (onder andere de formulieren) bijstelling behoeven.

 

 

Bijlage 1 Gedragscode

Bijlage 2 Protocol voor opvang personeelsleden bij ernstige incidenten

Bijlage 3 Protocol voor opvang leerlingen na ernstige situatie

Bijlage 4 Protocol rouwverwerking

Bijlage 5 Protocol huiselijk geweld en kindermishandeling

Bijlage 6 Brief voor ouders betreffende agressie en geweld

Bijlage 7 Ongevallenmeldingsformulier

Bijlage 8 Medicijnverstrekking en medisch handelen

Bijlage 9 Ongevallenmeldingsformulier Arbeidsinspectie

Bijlage 10 Schema klachtenprocedure

 

Het pestprotocol vindt u hier.

Twitter Icon Twitter



Contact Icon Contact


De Trimaran
Marsdiepstraat 278
1784 AW Den Helder
Tel: 0223 613191
directeur.
detrimaran@sarkon.nl

Partners Icon Partners

Triade
Stichting Kinderopvang Den Helder
Kopgroep Bibliotheken
De Helderse Vallei
Stichting de Wering