Hoe biedt de school zorg aan leerlingen?

Wat is de interne begeleiding? 

Om de leerlingen goed te begeleiden in hun ontwikkeling zijn er naast de leerkrachten ook interne begeleiders aanwezig op school. De interne begeleiders helpen, coördineren en sturen op het gebied van zorg. De school heeft in een zorgplan vastgelegd op welke wijze zorg wordt geboden aan leerlingen. Dit zorgplan ligt ter inzage bij de directie of interne begeleider.

 

Wat is schoolmaatschappelijk werk?

Bij kinderen op de basisschool kunnen problemen ontstaan, bijvoorbeeld als gevolg van een gedragsstoornis of de huiselijke omstandigheden. Deze problemen kunnen zich uiten in bijzonder gedrag, zoals het meer dan normaal ruzie hebben, s l zijn, ongeconcentreerd werken, geen vrienden hebben, enz. Als de leraar dit waarneemt, dan treedt de leraar in contact met de ouders/verzorgers. In overleg wordt dan bekeken wat de beste aanpak is. In sommige situaties is de problematiek te groot om door de school en de ouders op goede wijze aangepakt te worden. Diverse instanties houden zich bezig met het welzijn en de geestelijke gezondheid van kinderen, zoals de GGZ, PARLAN, Bureau Jeugdzorg, het Bureau Opvoedingsvragen, Meldpunt Veilig Thuis , en de Opvoedpoli. Om de zorg tussen de verschillende instellingen te coördineren en om maar een aanspreekpunt te hebben voor ouders, kan de school de hulp inroepen van schoolmaatschappelijk werk. Schoolmaatschappelijk werk werkt voor alle voorschoolse voorzieningen en basisscholen in de kop van Noord-Holland.

De medewerkers bieden consultatie en advies aan beroepskrachten en bieden ondersteuning aan ouders van kinderen van 0 tot 12 jaar op het gebied van onder meer probleemverheldering, ondersteuning, hulpverlening en verwijzing naar passende hulp. Meer informatie is te vinden op www.stichtingdewering.nl

 

Wat is het leerlingvolgsysteem?

Om de ontwikkeling van de kinderen goed te kunnen volgen maakt de school gebruik van een leerlingvolgsysteem. Het leerlingvolgsysteem bestaat uit methode-onafhankelijke toetsen die de ontwikkeling van de basisvaardigheden van leerlingen meten. De leerkrachten analyseren deze toetsen en kunnen het onderwijsaanbod indien nodig aanpassen om zo goed mogelijk te voldoen aan de behoeften van een leerling. De school maakt gebruik van het leerlingvolgsysteem van Cito. De meetmomenten vinden plaats in januari en mei. De resultaten zijn terug te vinden op het leerlingrapport. Deze worden besproken tijdens de oudergesprekken. Meer informatie kunt u vinden op www.cito.nl

Voor de leerlingen uit de groepen 1 en 2 wordt er ook gewerkt met KIJK. Met dit digitaal observatie-instrument brengen de leerkrachten de ontwikkeling van de leerling in beeld.

Naast het leerlingvolgsysteem voor de basisvaardigheden meet de school ook de sociaal-emotionele ontwikkeling van uw kind.  De school maakt hierbij gebruik van een onafhankelijk observatiesysteem (Scol). Meer informatie kunt u vinden op www.scol.nl. 

 

Hoe helpt de school kinderen die extra begeleiding nodig hebben?

Er zijn op school diverse faciliteiten voor zorgleerlingen. De onderwijsassistent werkt met kleine groepjes aan de zorgondersteuning. Daarnaast bieden de leerkrachten verlengde instructies aan de instructietafel in de groep. De structurele zorg aan leerlingen wordt vastgelegd in een handelingsplan. Als leerlingen extra zorg nodig hebben, dan worden de ouders hiervan op de hoogte gebracht en de werkwijze met ze besproken en geëvalueerd. 

 

Wat biedt de school aan leerlingen die meer aan kunnen?

Leerlingen die behoefte hebben aan meer verrijking en een breder aanbod van de lesstof worden ‘meerkunners’ genoemd. In het lesaanbod wordt voor deze leerlingen een aangepast programma gemaakt.  Deze leerstof is een verrijking op de basisstof. Op school zijn diverse materialen voor meerkunners beschikbaar. Voor de jongste kinderen is er het aanbod van Compact en Rijk. Dit zijn activiteiten die een beroep doen op taalvaardigheid, nieuwsgierigheid, logisch denken, concentratievermogen, belangstelling voor cijfers en letters en andere kenmerken van jonge kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong.

Voor de leerlingen vanaf groep 4 werken wij met Acadin. Hierbij werken leerlingen in een digitale leeromgeving aan diverse projecten.

De ouders worden hiervan op de hoogte gebracht en de werkwijze wordt met de ouders besproken en geëvalueerd. In uitzonderlijke gevallen stromen leerlingen versneld door.

 

Hoe werkt de school met anderstalige kinderen?

Kinderen waarbij de thuistaal niet de Nederlandse is, hebben een specifieke aanpak nodig om de Nederlandse taal te verbeteren. Het gaat hier vooral om woordenschatuitbreiding. De taalmethode biedt diverse materialen aan voor anderstalige kinderen. 

Op school wordt veel aandacht besteed aan de verbetering van de woordenschat. In de onderbouw wordt aan de woordenschat gewerkt in thema’s, waarbij allerlei woorden die te maken hebben met het onderwerp van het thema, aan bod komen.  

Voor de jongste kinderen is er een extra woordenschat-uitbreidingsprogramma, PUK.

De vooruitgang wordt gemeten met de toets voor anderstalige kinderen van Cito. Om de aanpak op school te steunen, vragen wij de anderstalige ouders om thuis zoveel mogelijk Nederlands te spreken. Ook op school en op het schoolplein is het belangrijk dat iedereen Nederlands praat. We begrijpen dat dit best lastig kan zijn, maar het is echt noodzakelijk voor een goede taalontwikkeling van het kind. 

Er wordt in de groepen aandacht besteed aan cultuurverschillen tussen kinderen. Het wordt gestimuleerd dat kinderen van hun eigen cultuur iets laten zien of meebrengen. Dit bevordert het begrip en de tolerantie tussen de kinderen onderling. Zo krijgen de kinderen een brede kijk op de wereld.  

 

Wat is MRT?

Motorische remedial teaching (MRT) is extra begeleiding voor leerlingen die moeite hebben met specifieke bewegingsvaardigheden. In groep 2 vindt er een motorische screening plaats door de vakleerkracht. Als de screening niet voldoende is kan een kind verwezen worden naar een kinderfysiotherapeut.  De MRT wordt op school verzorgd door de vakleerkracht bewegingsonderwijs. De ouders worden hierover ingelicht door de groepsleerkracht.  

 

Wat doet de Jeugdgezondheidszorg en de jeugdarts op school?

De Jeugdgezondheidszorg van de GGD zet zich in voor het beschermen, bevorderen en bewaken van de gezondheid, groei en ontwikkeling van jeugdigen van 0 tot 19 jaar. Dit betekent dat zij zich richten op het voorkomen, opsporen en bestrijden van oorzaken die deze groei en ontwikkeling kunnen verstoren. Bij de Jeugdgezondheidszorg werken jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen en doktersassistenten samen in jeugdgezondheidszorgteams. Gedurende de gehele schoolperiode wordt een kind drie keer opgeroepen voor een contactmoment bij de jeugdarts, doktersassistente of jeugdverpleegkundige. Soms wordt een extra gesprek of contactmoment afgesproken. Heeft u zelf vragen of maakt u zich zorgen over de gezondheid van uw kind, dan kunt u een extra gesprek/contactmoment met de jeugdarts of jeugdverpleegkundige aanvragen.

Meer informatie kunt u vinden op www.ggdhollandsnoorden.nl

 

Wanneer blijft een kind zitten?

Af en toe komen we tot de conclusie dat alle extra inzet onvoldoende effect heeft. Soms nemen we dan in overleg met de ouders het besluit om het kind een jaar over te laten doen. Dit gebeurt vooral als een kind op alle punten, ook lichamelijk en sociaal-emotioneel, achterblijft bij de gemiddelde ontwikkeling. 

Veel vaker komt het voor dat we de afspraak maken dat een kind voor een bepaald vak met een aangepast programma gaat werken. Als een kind een eigen programma volgt wordt er een handelingsplan gemaakt. Dit gebeurt in overleg tussen de leerkracht, de ouders en de interne begeleider. 

 

Wat is passend onderwijs?

Passend onderwijs betekent dat elk kind onderwijs krijgt dat het beste bij zijn of haar talenten en beperkingen past. Dit geldt ook voor kinderen met een stoornis, ernstige ziekte of handicap. Zij kunnen extra hulp krijgen op een reguliere school of op een school voor speciaal onderwijs. Om te garanderen dat alle leerlingen onderwijs krijgen dat bij hen past, wordt per 1 augustus 2012 de zorgplicht ingevoerd. Scholen en schoolbesturen worden dan verplicht te zorgen voor een passende onderwijsplek en passend onderwijs voor elke leerling. 

Bij leerlingen met een ernstige gedragsproblemen, een ontwikkelingsachterstand of –belemmering onderzoekt de school of de benodigde zorg geboden kan worden. De directeur neemt hierover, in overleg met de interne begeleiding, een beslissing. Als de school niet de benodigde zorg kan bieden, zal de school samen met de ouders op zoek gaan naar een passende onderwijsplaats. 

Meer informatie kunt u vinden in het beschreven School Ontwikkelprofiel. Deze staat op de website en ligt ter inzage bij de directie.

Meer informatie over passend onderwijs kunt u vinden op www.rijksoverheid.nl

 

Wat is een arrangement?

Een onderwijsarrangement is een specifieke aanpak voor de individuele onderwijsbehoeften van een zorgleerling. Dit kan voortkomen uit een speciale zorgvraag ten gevolge van een handicap, ziekte, ernstige gedragsstoornis en/of psychisch probleem. Als een onderwijsarrangement wordt toegekend krijgt de school budget om onderwijsarrangement uit te voeren. Dit kan worden gebruikt voor bijvoorbeeld het inhuren van een onderwijsassistent. Als de school een onderwijsarrangement aanvraagt bij het samenwerkingsverband maakt de school een groeidocument. In dit groeidocument staat omschreven wat de onderwijsbehoefte van de leerling is en op welke wijze de school dit tot dan toe hee  aangepakt. Een groeidocument wordt samengesteld samen met de ouders. De intern begeleider van de school coördineert dit proces. Een uitgebreide werkwijze is omschreven in het zorgplan. Deze kunt u terugvinden op de website van de school.

 

Wat is het Samenwerkingsverband Kop van Noord-Holland?

Onze school is aangesloten bij het samenwerkingsverband Kop van Noord-Holland. De speciale scholen voor basisonderwijs maken ook deel uit van het Samenwerkingsverband. Deze samenwerking wordt voor ouders belangrijk als de ouders en de school besluiten een verwijzingsprocedure te starten. 

Meer informatie kunt u vinden op www.wsns-dekop.nl

Wanneer worden kinderen verwezen naar het speciaal onderwijs?

In sommige situaties schakelt de school een expert in om verder onderzoek te doen bij het kind. De school vraagt de ouders hiervoor toestemming. Uit het onderzoek van de expert kan naar voren komen dat speciaal onderwijs beter aan kan sluiten bij de onderwijsbehoefte van een leerling. In overleg met de ouders wordt dan een verwijzingsprocedure gestart. In de Commissie van Toewijzing Ondersteuning (CTO) wordt besproken wat de mogelijkheden hiervoor zijn en bij welke school voor speciaal onderwijs het kind het meest gebaat is. 

 

Wat doet de school als een kind van een andere school komt?

Er zijn diverse redenen waarom kinderen van basisschool veranderen. Als er een leerling van een andere school komt nemen we van te voren contact op met de school waar het kind vandaan komt. De school waar het kind vandaan komt maakt een onderwijskundig rapport voor de nieuwe school. Dit doen we om een goed beeld van de nieuwe leerling te krijgen. Van te voren krijgt de nieuwe leerling de kans kennis te maken met de nieuwe juf of meester en met de nieuwe klasgenoten. 

 

Twitter Icon Twitter



Contact Icon Contact


De Trimaran
Marsdiepstraat 278
1784 AW Den Helder
Tel: 0223 613191
directeur.
detrimaran@sarkon.nl

Partners Icon Partners

Triade
Stichting Kinderopvang Den Helder
Kopgroep Bibliotheken
De Helderse Vallei
Stichting de Wering